Mensen zien bomen niet. Ze lopen ons elke dag voorbij. Ze zitten en slapen, roken en picknicken en kussen stiekem in onze schaduw. Ze trekken onze bladeren eraf en stoppen zich vol met onze vruchten. Ze breken onze takken of kerven de naam van hun geliefde in onze stam met hun messen en beloven voor eeuwig van elkaar te houden. Ze vlechten kettingen van onze naalden en schilderen onze bloemen tot kunst. Ze splijten ons in blokken om hun huizen mee te verwarmen, en soms kappen ze ons alleen omdat ze denken dat we hun uitzicht belemmeren. Ze maken wiegjes, wijnkurken, kauwgom, rustieke meubels en maken de mooiste muziek met ons. En ze veranderen ons in boeken waarin ze kunnen opgaan op koude winteravonden. Ze gebruiken ons hout om kisten te maken waarin hun levens eindigen. En ze schrijven zelfs de meest romantische gedichten voor ons, waarin ze zeggen dat we de schakel zijn tussen hemel en aarde.

 

En toch ... zien ze ons niet.

Een van de vele dingen die mooi zijn aan de kunst van het verhalen vertellen, is om jezelf in de stem van iemand anders te wanen. Maar als schrijvers, hoeveel we ook van verhalen en woorden houden, moeten we volgens mij ook interesse tonen in stiltes: de dingen waarover we niet gemakkelijk kunnen spreken in onze samenlevingen, de uitgeslotenen, de machtelozen.

In die zin kan literatuur, en dat doet ze hopelijk ook, de periferie naar het centrum brengen, het onzichtbare wat zichtbaarder maken, het ongehoorde wat meer laten horen, en empathie en begrip luider laten spreken dan volksverlakkerij en onverschilligheid.

 

Verhalen brengen ons samen. Niet vertelde verhalen en diepgewortelde stiltes houden ons gescheiden. Maar hoe vertellen we de verhalen over de mens en de natuur in een tijd waarin onze planeet in brand staat en er geen precedent is voor wat we op het punt staan gezamenlijk mee te maken, op politiek, sociaal of ecologisch gebied?

Maar we moeten wel vertellen, want als er één ding is dat onze wereld meer kapotmaakt dan wat dan ook, is het verdoving. Als mensen zich niet verbonden voelen, afstompen, onverschillig worden, als ze niet meer luisteren, als ze niet meer leren en als ze niets meer geven om wat er om hen heen gebeurt.

 

We meten tijd op een andere manier, bomen en mensen. De tijd van mensen is lineair -- een gaaf continuüm dat zich uitstrekt van een verleden dat achter de rug zou moeten zijn naar een toekomst die wordt verondersteld ongerept, onaangeroerd te zijn.

De tijd van bomen is circulair. Zowel het verleden als de toekomst ademen in het heden. En de toekomst beweegt niet in één richting, maar trekt cirkels in cirkels, zoals de ringen die je vindt als je ons omhakt.

 

Als je weer eens langs een boom loopt, loop dan eens wat langzamer, en luister, want elk van ons fluistert in de wind. Kijk naar ons. Wij zijn ouder dan jij en je soort. Luister naar wat we te vertellen hebben, want in ons verhaal schuilt het verleden en de toekomst van de mensheid.

 

Dit zijn woorden die schrijfster Elif Shafak uitsprak in een TedTalk in 2020. Elif Shafak schrijft prachtige boeken.