Hij opent zijn ogen en doet ze meteen weer dicht. Zijn hoofd klopt op het onrustige ritme van zijn hart. De gordijnen waren ooit zachtgeel, nu zijn ze asgrauw, desondanks kan hij het licht niet verdragen. De wijn van gisteravond eist zijn tol. Langzaam wordt hij wakker en de rauwe realiteit sijpelt meteen weer naar binnen. Het bed naast hem is leeg, al anderhalf jaar nu, hij kan er maar niet aan wennen. Het bed verschoont hij zo min mogelijk. Af en toe lijkt het of hij nog een snufje van haar geur opvangt, zeker als hij aan haar kant van het bed gaat liggen, dan is de hoop op zo'n tastbare herinnering het grootst. Zwarte gedachten vullen zijn hoofd. Wat moet hij vandaag weer bedenken om die diepe eenzaamheid het hoofd te bieden?

 

Als hij zich losscheurt uit de klamme lappen, kijkt hij eerst wezenloos om zich heen. Waar heeft hij zijn kleren gisteravond uitgedaan? Deze keer vindt hij ze keurig opgevouwen terug op haar kruk aan de andere kant van het bed. Haar kant. Hij snuffelt aan zijn kleren en concludeert dat ze nog wel een dagje meekunnen. Sinds hij zelf moet wassen is hij wel wat zuiniger geworden op zijn spullen. Dat er morsige vlekken op zitten ontgaat hem.

 

Zijn vaste ochtendritueel is nog aanwezig, dat voelt vertrouwd. In de keuken eet hij mechanisch de twee sneetjes. Zet een kopje koffie met de volautomatische, zelf bonen malende machine die hij nog met haar heeft gekocht. Zij vond deze koffie heerlijk. Met een vage smaak van algen, denkt hij, maar dat zal wel verbeelding zijn. In de krant staat niets wat het lezen waard is.

 

Na het ontbijt gaat hij, dat deed hij ook toen zij er nog was, altijd een rondje lopen. Het is een gewoonte die hij al bijna veertig jaar heeft. Na zijn eerste infarct, hij was toen betrekkelijk jong, heeft hij het advies gekregen om elke dag een half uur te bewegen. Omdat hij niet van sporten houdt is hij maar gaan wandelen. Eerst deed hij het alleen, maar na zijn pensioen ging zij meestal mee. Op het laatst kon ze het bijna niet meer volhouden, maar zij was meegaand en hij stond erop.
Onderweg komt hij niemand tegen. Het is nog vroeg, de mensen slapen nog.
Zijn hoofd voelt aan als een mierennest. Mieren rennen rusteloos en zonder doel in het rond. Als hij weer thuis komt ligt de dag als een uitgestrekte eindeloze, troosteloze vlakte voor hem.

 

Hij besluit maar wat rond te gaan rijden. Autorijden vond zij altijd heerlijk. Eigenlijk heeft hij na zijn pensioen nooit meer gereden, dat deed zij altijd. Ze gingen er bijna elke dag op uit, want hij kon niet thuis blijven. Een rusteloze ziel. Tegenwoordig moet hij weer zelf rijden. Het is moeilijk om aan jezelf toe te geven, maar een beetje onzeker is hij wel. Sinds zij er niet meer is, zijn er een aantal akkefietjes geweest. Hij heeft twee banden en een linker portier moeten vervangen. Gelukkig alles buiten zijn schuld om. Nou ja, een aantal bekeuringen was misschien wel terecht.

 

Hij gaat naar de “Outlet” in Haarstad. Daar is niets te zien dat hem interesseert, maar het is een mooie herinnering aan haar. Hij loopt er doelloos rond. Het gemis komt en gaat, als een caleidoscoop. De aanvechting om te huilen, vindt hij het moeilijkst te onderdrukken. Jankte hij maar een keer. Bijna alles doet hem aan haar denken. Sommige dingen raken meer dan andere. Het is de eenzaamheid, dat is het ergst. Hij zou er zijn leven voor over hebben om nog één keer met haar op vakantie te kunnen gaan. Het leven is doelloos geworden en dat besef is ondraaglijk.

 

Op de terugweg raakt hij de weg kwijt. Voor de Tomtom heeft hij geen geduld, hopeloos verstrikt raakt hij in al die knoppen en mogelijkheden. Hij komt tijdens zijn dwaaltocht in Buurland terecht waarvan hij zich herinnert dat daar een oud-collega woont. Zij heeft hem ook gekend. Het was in de tijd dat ze in het buitenland woonden. Twee collega's had hij daar. Ze hebben geen contact meer onderhouden. Het lijkt nu een mooi moment om de man eens te bezoeken en oude herinneringen op te halen. Bij de fietsenmaker stopt hij en doet navraag. Het dorp is niet groot en iedereen kent iedereen. De oud-collega blijkt vijf jaar geleden overleden te zijn.

 

Hij vervolgt zijn zoektocht en komt uiteindelijk in Hopeloos terecht. Hier heeft hij ooit iets over gelezen. In het dorp schijnt vroeger een kasteel te hebben gestaan. Niemand weet of het waar is, maar zijn onderzoekende geest wordt wakker! In het dorp staan 6 huizen, de families hebben allemaal dezelfde naam. Hij heeft hier al eens onderzoek naar gedaan. De stamboom van deze mensen heeft hij in archieven teruggezocht tot 1262 na Christus.
Met haar ging hij dan naar archieven in de wijde omgeving. Vooral de speciale collectie, daarin was hij geïnteresseerd. Kijken mocht je naar die boeken, maar kopiëren mocht je niets... tenminste dat was de regel. Zij kreeg alles voor elkaar! Dankzij haar had hij heel wat reproducties van half verteerde bladzijden in zijn bezit. In het archief kon je diagonaal screenen op namen, de details, daar ging je thuis pas mee aan de slag. Als hij daar dan mee bezig was, ging zij in de tuin aan het werk. Zo deden ze toch allebei wat ze leuk vonden.

 

Maar dat kasteel, daar moet hij meer van weten. Bij elk huis belt hij aan. Niemand is thuis. Pas bij het laatste huis wordt open gedaan. Een vrouw, krijtwit, gerimpeld als een herfstblad, staat hem te woord, haar waterige ogen staan vaal en uitdrukkingsloos in haar gezicht. Hij vertelt dat hij onderzoek doet naar het kasteel. De geschiedenis van het kasteel heeft een duidelijk verband met de huidige bewoners van dit dorp, en hij is op zoek naar meer informatie.
De ogen van de vrouw lichten op. Haar man, hij is een aantal jaar geleden overleden, heeft hier ook onderzoek naar gedaan. Hij heeft nog een heel archief op zijn kamer liggen. Als hij interesse heeft, dan mag hij het wel meenemen. Zij doet er toch niets meer mee. Ook over dat kasteel was haar man altijd bezig. Echt bewijs heeft hij niet gevonden. Een foto van een schilderij waar het kasteel op zou staan, dat is het grootste bewijsstuk.
Hij aanvaardt zijn cadeau en is helemaal in zijn nopjes. Opgewekt rijdt hij terug naar huis. Het begin van een nieuw onderzoek.

 

Als hij binnenstapt roept hij haar naam. Maar dan beseft hij dat ze er niet meer is. Hij zakt terug in lethargie. Alles in dit huis draagt haar stempel, de inrichting was haar ding, hun kasteel. Hij zijgt neer op de bank en dompelt meteen weer onder in eindeloze troosteloosheid. Honger heeft hij niet. Hij pakt een fles wijn en gaat hiermee de rest van de dag te lijf. Hoe hij in bed komt weet hij niet meer.

 

Afbeelding: Dogon - 2009 - mixed media

 

Reageer op dit bericht